Gedragsproblemen en gedragsstoornissen

Voordat er geconcludeerd kan worden of het echt om probleemgedrag gaat, is het van belang te weten dat elk kind sporadisch probleemgedrag vertoont. Dit betekent niet dat het kind meteen als een probleemkind kan worden bestempeld. Om tot dit oordeel te komen is er nader onderzoek nodig.

We spreken van een gedragsprobleem als het vertoond gedrag structureel, ongewenst en voor anderen of zichzelf als storend wordt ervaren. Een gedragsstoornis onderscheidt zich van een gedragsprobleem: gedragsstoornissen zijn aangeboren en kunnen zodoende niet volledig worden verholpen. Een stoornis is vóór de geboorte via de genen meegegeven en verloopt de ontwikkeling van het kind op een andere manier, waardoor enkele functies niet voldoende functioneren.

Om uw kind bij een gedragsprobleem of -stoornis zo goed mogelijk te begeleiden, zijn er behalve coachgesprekken nauwkeurige observaties noodzakelijk. Deze objectieve observaties (bij u thuis en op school) brengen snel in kaart wat de oorzaak van het gedrag is. Anders dan bij een gedragsprobleem, kijk ik met u en uw kind bij een gedragsstoornis naar welke hulpbehoefte uw kind nodig heeft. Door een effectieve aanpak worden u, uw kind en de sociale omgeving van het kind accuraat ondersteund, zodat u zich voldoende geholpen voelt te leren omgaan met de hulpvraag